Hoe het begon

Ik was 16 jaar oud toen ik voor het eerst naar de Alpen ging. Het was onderdeel van een schoolreis, om de Mavo-klas te integreren in de Havo-klas. Ik kwam van de Mavo en was dus onderdeel van de integratie. De reis ging naar Oostenrijk, met de bus. Gedurende een week liepen we dagtochtjes naar wat topjes en ‘s avonds sliepen we in een afgehuurde herberg. Maar wat hebben de bergen toen direct een indruk op mij gemaakt. Ik vond het heerlijke dagen, de ruimte, de inspanning, de rust.

Maar eerst even fietsen…

Eenmaal weer thuis raakten de bergen op de achtergrond. Ik ben geboren in een wielrengezin. Dus lag het voor de hand dat ook ik ging wielrennen. Ik nam een wedstrijdlicentie en reed ruim 6 jaar wedstrijden. Met succes! Ik heb verschillende wedstrijden gewonnen, maar ben uiteraard ook de nodige keren gevallen. Altijd heb ik met veel plezier gefietst, maar mijn interne drijfveer was de belangrijkste; ik kon een heerlijke wedstrijd fietsen, zonder deze te winnen. Maar, tijdens heb fietsen heb ik nooit het gevoel gehad echt het uiterste uit mij zelf te halen. Ik wist zeker dat ik meer kon, maar de fiets leek daar niet het juiste instrument voor te zijn.

Eindelijk de bergen in!

Ongeveer 10 jaar later is het er pas van gekomen. Ik kreeg een vriendin die ook wel eens op huttentocht wilde, en zo gingen wij voor een week naar het Virgental te Oostenrijk. Ik had flink voorbereid, en we hadden alles bij ons in de rugzak. Tot een complete chocoladepasta pot, thee en brander aan toe. Het was een vakantie vol leermomenten, maar vooral maakten de ruimte en ruwheid van de bergen een enorme indruk op mij. Al lopend kon ik mijn ogen niet van de toppen afhouden. Het leek wel of iedere top naar mij schreeuwde: “Bart, beklim mij!”.

Dus ben ik het jaar erop met de NKBV op cursus gegaan. De uitgebreide C1-cursus in het Otztal. Een week echt cursus en daarna een gletsjertour. Dit was het echte werk! Hier leerde ik wat het is om zelf de bergen in de trekken, risico’s in te schatten en uitdagende beklimmingen aan te gaan. Maar vooral: om mijn eigen grenzen op te zoeken, uitdaging en spanning te vinden. Het was een heerlijke week!

En zo herhaalde het ritueel zich enkele jaren. Na C1 volgden al snel de C2- en C3-cursus, afgewisseld met zelfstandige touren. Ieder jaar kwam ik terug met meer ideeën, meer toppen die ik op wilde. Mijn plannen werden steeds wilder. Maar mijn eigen grens? Die leek jaar op jaar nog mijlenver.

En nu nog verder…

Die grens van mijzelf bleef trekken, waar zou die nou zijn en hoever moest ik gaan. Waar ligt voor mij het punt dat ik echt niet meer verder kan en wil?

Tijdens mijn C3-cursus ontmoette ik iemand die de Denali had beklommen. Dit is de hoogste berg van Noord-Amerika. Hij vertelde er uitgebreid over, en daar begon het te kriebelen. Dat zou een mooie volgende stap zijn! De kou, de afzondering en natuurlijk de hoogte. Ik had een nieuw doel voor ogen: ik ging Denali beklimmen. Als voorbereiding wilde in de zomer ervoor de Grand Combin en de Mont Blanc beklimmen. Beide bergen zijn ruim boven de 4000m.

Maar dat idee liep heel anders. Zonder Grand Combin en zonder Mont Blanc keerde ik door omstandigheden naar huis. Weg voorbereiding… Wat nu?

Snel schakelen dus! In Europa/Rusland ligt nog een flinke berg; een van de 7-Summits: Mount Elbrus! Binnen een maand wist ik alles te regelen en de eerste week van oktober 2016 was ik daar. Het werd een van mijn meest intensieve vakanties. Ik stond er, op 5642m hoog, het dak van Europa! Ik had behoorlijke hoogteziekte op de top, maar wat vond ik het mooi! Of ik mijn grens daar tegenkwam? Zeker niet.

Dus kwam ik terug en sindsdien weet ik het zeker; ik wil de 7-Summits beklimmen! Allemaal, om mijn eigen grens te vinden. Om mijn wereld groter te maken en mijn droom na te jagen. En die droom… die wil ik delen, met de hele wereld! Want grenzen zijn er om te vinden en dromen zijn er om te realiseren.